De evolutie van content connectiviteit

Efficiënte uitwisseling van informatie tussen systemen is altijd al een hoofdthema geweest in de informatietechnologie. In de jaren '80 bestond het uitwisselen van informatie uit een eenvoudige bestandsuitwisseling met behulp van floppydisks. In de jaren '90 werden de dominante methoden voor de uitwisseling van informatie e-mail en ftp. 

Het duurde tot jaren 2000 voordat leveranciers standaard API's (vaak op basis van SOAP) implementeerden. Hoewel deze API’s veel werden gebruikt (zelfs tot de dag van vandaag) leidde deze leverancier specifieke aanpak tot een gefragmenteerde markt met diverse systemen en specifieke API’s waarbij het misschien nog wel moeilijker is om informatie in of uit systemen te krijgen.

Ook voor ongestructureerde content
Terwijl het uitwisselen van gestructureerde content sterk verbeterde door onder meer het standaardiseren van B-to-B processen, bleef het uitwisselen van informatie voor markten waarin ongestructureerde content (bijvoorbeeld digital, documenten en bestanden) een grote rol speelt problematisch. 

Een belangrijke poging om informatie-uitwisseling tussen opslagoplossingen (repositories) voor ongestructureerde content te standaardiseren werd gedaan met de uitwisselingsstandaard CMIS (Content Management Interoperability Services). CMIS is al zeker zo'n jaar of 6 (versie 1.1) beschikbaar, maar is tot dusverre slechts schoorvoetend en doorgaans alleen op deelaspecten omarmd. De CMIS-standaard bleek complex te zijn, leveranciers hadden verschillende standpunten over het implementeren ervan, en hadden niet een gestandaardiseerde manier om de content weer te geven.

Eén datamodel
Een meer structurele - en uit oogpunt van data-architectuur elegantere - oplossing voor heterogene 'document-landschappen' is implementatie van middleware laag die met (bijna) alle documentbeheer omgevingen lezen en schrijven kan. Zo'n integratielaag laat de bestaande repositories in stand en wisselt daar 'onder water' documenten en meta informatie mee uit, ten gunste van één eenduidige 'over all' gebruiks- en beheerinterface.

Om deze informatie-uitwisseling ‘onder water’ mogelijk te maken is er een gestandaardiseerde manier nodig om content op te slaan. Xillio heeft daarvoor het Unified Data Model geintroduceerd. 

Het UDM maakt het concept content-as-a-service mogelijk. Gebruikers hebben hierbij rechtstreeks toegang tot content via bedrijfs- en privé applicaties on-premise en in de cloud, zonder dat zij zich zorgen hoeven te maken over waar de content zich precies bevindt.

Share this post on

Comments

Subscribe to email updates

Recente posts